OBSERVE
Verzamel goedgekeurde security-events en bouw context op rond assets, identities en gedrag.
Sentinel wordt ontwikkeld als defensief platform dat security-events observeert, verbanden analyseert, risico’s uitlegbaar maakt en respons onder expliciete policy- en autoriteitsgrenzen plaatst. Het doel is niet méér alerts, maar beter onderbouwde actie met behoud van bewijs.
Sentinel wordt ontwikkeld als defensief platform dat security-events observeert, verbanden analyseert, risico’s uitlegbaar maakt en respons onder expliciete policy- en autoriteitsgrenzen plaatst. Het doel is niet méér alerts, maar beter onderbouwde actie met behoud van bewijs.
Moderne omgevingen produceren veel telemetry en alerts. Sentinel onderzoekt een model waarin observatie, AI-assisted analyse, policy en human control gescheiden blijven. Het platform is expliciet defensief en wordt niet ontworpen als black-box systeem dat onbeperkt productieomgevingen mag wijzigen.
Verzamel goedgekeurde security-events en bouw context op rond assets, identities en gedrag.
Analyseer correlaties, afwijkingen, confidence en alternatieve verklaringen.
Toets mogelijke respons aan policy, rol, severity en expliciete autoriteit.
Alleen toegestane, begrensde respons; high-impact acties blijven policy- en authorisation-gestuurd.
Relateer security-events aan identities, endpoints, services en netwerkcontext.
Confidence, alternatieve verklaringen en correlation gebruiken zonder AI autoriteit te geven die policy niet toestaat.
GREEN, YELLOW, ORANGE en RED structureren ernst; respons wordt apart door policy begrensd.
Bewaar timeline, actor, policy, outcome en relevante hashes/referenties voor reconstructie.
Containment wordt begrensd, geautoriseerd en waar mogelijk omkeerbaar ontworpen.
On-premise/private cloud blijft het primaire ontwerpmodel voor gevoelige enterprise- en publieke omgevingen.
Onderzoekt alerts, incidentcontext, severity en evidence.
Beheert policygrenzen, autoriteit en assurance-eisen.
Beoordeelt deployment, integrations, endpoints en operationele recovery.
Beoordeelt timeline, controles en onderbouwing zonder securityoperaties te hoeven uitvoeren.
Een event wordt niet alleen als “verdacht” gemarkeerd; de analist ziet betrokken assets, eerdere events en de onderbouwing van de severity.
Een mogelijke containment-actie wordt alleen toegestaan wanneer de ingestelde policy, rol en severity dit expliciet toelaten.
Een team kan terugzien welke signalen, beslissingen, overrides en acties tot de uiteindelijke uitkomst leidden.
Sentinel is ontworpen vanuit een eenvoudig maar belangrijk uitgangspunt: waarnemen is niet hetzelfde als weten, en weten is niet hetzelfde als bevoegd zijn om te handelen. In cyberbeveiliging worden die drie lagen vaak te snel samengevoegd. Een apparaat reageert op het netwerk, een identiteit verandert, een proces gedraagt zich afwijkend of een externe indicator wijst op risico; dat is nuttige informatie, maar nog geen volledige conclusie. Sentinel behandelt zulke signalen daarom als evidence die context nodig heeft. De interface laat expliciet zien wat werkelijk is waargenomen, welke classificatie een operator heeft toegevoegd, welke correlatie is uitgevoerd en welke actiegrens van toepassing is. Daardoor kan een beveiligingsteam onderscheid blijven maken tussen detectie, interpretatie en autoriteit.
Live LAN Discovery laat deze grens duidelijk zien. Een apparaat kan zichtbaar zijn via passieve neighbour-informatie of via een bewust begrensde presence-check. Sentinel legt die waarneming vast zonder het object automatisch te promoveren tot beheerd, veilig of goedgekeurd. Ook een ontbrekende respons wordt niet stilzwijgend vertaald naar de conclusie dat een apparaat offline is. Dat is belangrijk omdat netwerkbewijs van nature onvolledig is: apparaten slapen, verplaatsen, wisselen van interface of reageren tijdelijk niet om redenen die niets met compromittering te maken hebben. Het product bewaart daarom first seen, last observed, continuïteit en door de operator toegevoegde asset-identiteit als afzonderlijke concepten, in plaats van één netwerkgebeurtenis direct om te zetten in een autoritatieve inventarisbeslissing.
Het defensieve model van Sentinel scheidt advisory-logica ook van responsebevoegdheid. Detectie en correlatie kunnen aandacht vragen, gerelateerd bewijs groeperen en een aanbevolen vervolgstap tonen, maar een aanbeveling wordt niet vanzelf een onbeperkte productieactie. Wanneer een actiemogelijkheid wordt toegevoegd, hoort die achter een expliciete rol-, policy- en deploymentgrens. Die aanpak is bewust conservatief: hij verkleint het risico dat een false positive, onvolledige context of gecompromitteerde integratie automatisch tot een verstorende reactie leidt. Human override, controleerbare beslissingen en fail-closed grenzen zijn daarom even belangrijk als het detectie-algoritme zelf.
De zichtbare interface is slechts één deel van het product. Een serieuze deployment hangt ook af van identiteit, least privilege, veilige opslag, updatediscipline, logging, backup en recovery, netwerkgrenzen en de kwalificatie van iedere privileged connector. Sentinel publiceert daarom productstatus en open gates in plaats van een pilot voor te stellen alsof die al onafhankelijk gecertificeerd is. De huidige productlijn kan concrete defensieve capabilities en releasebewijs demonstreren, terwijl bredere productieclaims gekoppeld blijven aan externe validatie zoals code signing, clean-environment qualification en onafhankelijke securityreview waar dat nodig is. Dat onderscheid is bewust: securitygeloofwaardigheid ontstaat door exact te weten welke controles bewezen zijn en voor welke nog bewijs nodig is.
Sentinel volgt een gelaagd ontwerp: connectors/events leveren observaties; analyse/correlation produceert hypotheses en severity; policy bepaalt wat mag; audit bewaart wat is gebeurd. Externe connectors mogen een failure van zichzelf niet laten uitgroeien tot uitval van de detection core.
Een connector wordt alleen als geïntegreerd benoemd wanneer contract, authenticatie, foutafhandeling, rate/abuse controls en relevante vendor- of klantacceptatie daadwerkelijk zijn afgerond. Onderzochte of geplande connectoren worden als zodanig gelabeld.
Primaire enterprise/public-sector richting zodat ruwe telemetry onder klantcontrole kan blijven.
Beheerde externe intelligence/updatekanalen waar expliciet toegestaan, zonder automatische telemetry-export als standaard.
Lokale analyse, externe AI optioneel/uit en gecontroleerde updatebundels als deploymentdoel voor strengere omgevingen.
External Pilot Qualification & Deployment Assurance R1. Een pilot release candidate is geen claim van brede production-readiness; externe pilot, onafhankelijke assurance, signing en klant-specifieke acceptatie blijven afzonderlijke gates.
Een eerste bespreking richt zich op de use-case, organisatie, bestaande systemen, beveiligingseisen en gewenste deployment voordat een voorstel wordt gemaakt.